Kritiek naar aanleiding van Hallo Witte Mensen

Ik heb me de afgelopen weken geërgerd aan en gegeneerd voor de domme venijnige kritieken die het boek ‘Hallo Witte Mensen’ van Anousha Nzume kreeg. Zoals de uitgever van het boek Ebissé Rouw zegt: Nederland is een intellectual wasteland. We zijn nu eenmaal een klein taalgebied waar iedereen zich heel slim en onschuldig kan voelen door het Engelstalige debat over een onderwerp compleet te missen en zelf wat bij elkaar te verzinnen.

Ik probeerde bij te houden wat voor onzin er gepubliceerd werd in de mediahype rondom het boek maar op een gegeven moment was dat ook geen doen meer. Morad van FunX vond dat Nzume dit boek niet had moeten schrijven, Pieter van der Wielen ventileerde in Nooit Meer Slapen al zijn persoonlijke frustraties eventjes, de Volkskrant liet een radicaal een totaal onleesbaar stuk schrijven (niet gelinkt) en Sylvain Ephimenco liet in Trouw zijn gebruikelijke ding uithangen (direct weerlegd in diezelfde krant door Seada Nourhussen).

Ik heb het boek wel maar ik heb het net zoals Morad ook nog niet gelezen. Ik vind niet dat je een cultureel product geconsumeerd moet hebben om erover te kunnen praten, zeker niet als het zo uitgebreid behandeld is in de media. Ik ga het daarom ook niet hebben over de letterlijke inhoud van ‘Hallo Witte Mensen’ (Waarvan ik wel geloof dat het snor zit. Koop dat boek!) maar over het debat.

Ik ben zelf redelijk bij in dat debat al weet ik zeker niet alles en ben ik ook niet overal mee eens. We hebben allemaal nog veel te leren dus laten we blij zijn dat zo’n handleiding anti-racisme nu bestaat.

Maar niemand lijkt in staat tot een kritische benadering. De ene kant doet het niet omdat een afwijkende mening hebben wordt gezien als overlopen. De andere kant doet het niet omdat ze (zie de voorbeelden boven) zo vastzitten in hun eigen hangups dat ze niet meer na kunnen denken.

Ik denk dat kritiek kan én moet. Hier drie voorzetjes.

  1. Meepraten

Nzume zegt dat ze dacht dat ze op een gegeven moment ook zou kunnen meepraten bijvoorbeeld over racisme. Dat lijkt me erg goed. Je hoeft niet zwart te zijn om te zien dat racisme nog steeds een groot probleem is.

Ik vraag me dan wel af waarom zwart Nederland er niet voor zorgt dat ze politiek vertegenwoordigd worden. In de afgelopen Tweede Kamer verkiezingen stonden er geen Afrikaanse-Nederlanders op een verkiesbare plek (zie Kiza Magendane). Artikel 1, een politieke partij aangevoerd door een prominente zwarte vrouw met een krachtig verhaal, slaagde er niet in om ook maar één zetel te halen.

Turkse-Nederlanders bijvoorbeeld die ook van ver moeten komen zijn erg goed vertegenwoordigd met een handjevol kamerleden en zelfs een eigen politieke partij.

Wat mij betreft zijn dit vier verloren jaren niet alleen voor zwart Nederland maar voor ons allemaal. Waarom is dit niet gelukt en waarom waren Nzume &co. tijdens hun gesprek met Sylvana Simons in Dipsaus zo terughoudend?

2. Intersectionaliteit

Zoals ik het concept intersectionaliteit begrijp gaat het erom dat we allemaal meerdere identiteiten hebben die elkaar voeden, raken en soms met elkaar botsen. Dat betekent dat iemand die zwart en rijk is en iemand die wit en arm is allebei lijden aan onderdrukking. Het is dan ook beter om ze allebei serieus te nemen dan ze met elkaar te willen vergelijken.

Dat vergelijken wordt ook wel ‘Oppression Olympics’ genoemd, een wedstrijdje wie het meest onderdrukt wordt. Het beste doen we niet aan dat soort wedstrijdjes omdat ze veel leed en geen winnaars opleveren.

Nzume zegt dat ze in het boek opzettelijk de tegenstelling wit/zwart heeft benadrukt. Zo’n harde scheidslijn doet geen recht aan de echte levens van mensen en zorgt ervoor dat witte mensen aanslaan. Dat aanslaan is onterecht maar ik vraag me dan wel af: Waarom zouden witte mensen mee willen doen aan een ‘Oppression Olympics’ waar ze toch altijd als verliezer uit de bus komen?

3. Globalisering

Verreweg de meeste weerstand in het racisme-debat komt van boerse Nederlanders (Hallo mensen buiten de Randstad!) die niet zoveel van de wereld hebben gezien. Hadden ze dat gedaan dan waren ze erachter gekomen dat witte mensen wereldwijd verreweg in de minderheid zijn. Discriminatie op basis van huidskleur is in een geglobaliseerde wereld achterlijk, onhoudbaar en onproductief.

Deze mensen zijn verliezers van de globalisering en ze zitten vast in het verleden. De toekomst wordt gemaakt in Afrika, China en de Golfstaten, allemaal plaatsen waar weinig witte mensen wonen.

Op lokaal niveau binnen Nederland zijn witte mensen in de meerderheid en houden er nog te vaak racistische ideeën op na. Maar zelfs daar is er meer wat zwarte en witte Nederlanders economisch met elkaar gemeen hebben dan dat ze van elkaar scheidt.

Is het racisme-debat zoals het nu gevoerd wordt (wij-tegen-zij) geen kadootje voor de financiële elites die ons willen laten geloven dat sociale voorzieningen een beperkte taart zijn waar om gevochten moet worden?

 

Hasan Bahara wilde graag dat mensen het racisme debat naar een hoger plan tillen. Misschien kan hij hier wat mee.

Leave a Reply