Blind Sequence Trust

De serie video’s Blind Sequence Trust van kunstenaar Joan Leandre speelt in DAM nog tot en met 5 mei.

Joan Leandre - Blind Sequence Trust

Leandre is een kunstenaar die al decennia lang bezig is met het gebruiken van computer 3D engines van allerlei vormen om verhalen te vertellen en emoties op te roepen. Het werk zoals dat in DAM te zien is, is lastig te plaatsen, maar zowel de beelden als de muziek zijn bijzonder goed uitgevoerd waardoor dingen die niets met elkaar te maken lijken te hebben, toch weten te boeien.

De geavanceerde 3D engines die nu beschikbaar zijn maken het ogenschijnlijk makkelijk om complete werelden te schetsen en te manipuleren. Werelden die zich alleen niet houden aan de regels van de werkelijkheid maar er zelf eentje creëeren waarin alles kan. Leandre put uit science-fiction en de natuur voor zijn werk en maakt daar uitgebreide bewegende collages van.

Het hergebruiken van deze 3D engines zorgt voor een verwarrend resultaat. De artefacten van 3D engines zijn terug te zien net zoals de billboards waarmee bomen worden gerendered en de particle systems die normaal gesproken zorgen voor explosies, rook en vuur. Buiten de game-logica geplaatst krijgen deze effecten een totaal andere lading.

De artiest zelf geeft in dit Rhizome-interview allerhande verklaringen voor zijn werk maar zoals zo vaak bij dit soort dingen, klinkt het naar wartaal. Beter is het om zelf naar het werk te kijken en je te laten meevoeren.

Cameratoezicht conclusie

Ik zou nog schrijven wat de conclusie was van het cameratoezicht op mijn gestolen fiets uit het vorige bericht. Daar stond al hoe je voor dit soort zaken van het kastje naar de muur gestuurd wordt. Ik had nagelaten dit op te schrijven door drukte en frustratie met hoe het gaat in de stad, maar gelukkig herinnerde Rejo Zenger van Bits of Freedom me eraan.

Bijkomend voordeel is dat ik met behulp van ThinkUp mijn tweets van toen kon terugvinden en het verhaal weer aan elkaar kon puzzelen.

Ik had het een beetje opgegeven. Ik moest mijn aangifte afmelden bij een hulpzame agent van het lokale bureau. Toen ik hem vertelde dat er een camera op het plaats delict stond stuurde hij even een patrouille langs die ‘eyes on the scene’ deden en navroegen bij Stadgenoot.

Kort daarna wist hij me te vertellen dat de camera wél van Stadgenoot is ondanks dat Stadgenoot dat ontkende. Alleen volgens Stadgenoot was de camera niet aangesloten en hadden ze dus ook geen beelden van de diefstal.

Daardoor konden we niet anders dan mijn aangifte onverrichter zake sluiten. Als je ergens een fixie ziet met een doorgeroeste Paddy Wagon wielset en eventueel twee spoke cards van de Pariah alley cat, dan is die van mij.

Vragen die blijven naar aanleiding van dit incident:

  • Waarom vertelt Stadgenoot in eerste instantie onwaarheid over hun camera (tweet)? Is dat omdat ze niet beter weten? Hebben ze geen zin in gedoe? Of is het kwade opzet?
  • Kan iedereen een camera plaatsen die gericht is op de openbare weg en dan erbij zeggen dat deze niet functioneert? Wie controleert dat de camera echt niet aangesloten is en blijft (tweet)?

Wat blijft:

Er is geen register van camera’s in de openbare weg en wie ze beheert. Dit maakt het makkelijk voor instanties om je van het kastje naar de muur te sturen zoals Stadgenoot deed.

Elke camera die op de openbare weg gericht is zou een vergunning en registratie moeten hebben of deze nu werkt of niet. Aangezien de functionaliteit van een niet door het normale publiek te controleren is.

Occupy hoger onderwijs

Kevin Slavin klaagt op onnavolgbare wijze het bestuur van zijn universiteit de Cooper Union aan waar hij tegenwoordig ook les geeft.

De Cooper Union is een topuniversiteit in de Verenigde Staten waar het onderwijs altijd gratis is geweest (zie Wikipedia). Dit gratis onderwijs werd gefinancierd door donaties en rendement op het eigen vastgoed. Nu is door schimmige beleggingspraktijken en een intransparant en waarschijnlijk corrupt bestuur de voortzetting van dat gratis onderwijs niet meer zeker.

“So as an investor, I challenge you, President Bharucha, the Board, I challenge you to find the real and sustainable resources — transparency, communication, trust, and integrity — resources that can be renewed endlessly. I’ll break my back to build on those and I know that’s true of everyone here.

Do not allow our investment to fail.” —Kevin Slavin

Het lijkt er nu op dat vastgoed-hobbyisme niet alleen in Amerika een nevenactiviteit van universiteitsbesturen is geweest. Bij mijn oude universiteit, de Technische Universiteit van Delft is iets soortgelijks aan de hand. Het NRC bericht dat het goed mis is met de integriteit, de beloningen en de vastgoedportefeuille. De universiteit antwoord met ontkenning en spin (én slechte PR).

Het verbaast ondertussen niemand meer. Het gebrek aan integriteit en transparantie bij mensen die aan de top van grote instituties staan lijkt zich door de gehele samenleving te hebben uitgezaaid. Ik ben afgestudeerd en niet meer persoonlijk betrokken bij mijn alma mater. Maar jammer is het wel.

Bericht uit de Game Garden

Ik doe recentelijk een stukje over games voor Fast Moving Targets en wat beter te vertellen dan mijn ervaringen uit de Dutch Game Garden. Het is een leuke plek in Utrecht, waar veel gebeurt, maar wat in Amsterdam bijna niet aankomt. Een poging om een brug te slaan:

We doen het in het vervolg elke keer uit een andere studio (dat moet ook wel lukken met 30 game bedrijven) met korte interviewtjes.

De studio uit, de wereld in

Ian Bogost, videogame-filosoof, publiceerde een tijdje geleden een kritiek op de geesteswetenschappen (http://bogost.com — “Beyond the Elbow-patched Playground”) die moeite hebben uit te leggen waar ze voor dienen (deel 1) en niet weten wat ze met het internet aan moeten (deel 2). Bogost rekent af met academici die zich afzonderen in de ondoordringbare vestingen van hun vakgebied en te weinig relevant zijn voor mensen daarbuiten. Bas Heijnes recent verschenen essay ‘Echt zien’ past eenzelfde redenering toe op de ‘zieke’ roman. Het is nuttig om deze twee redeneringen tegen de kunst- en cultuursector aan te houden. Na de debatten heeft die zich teruggetrokken maar —het lijkt— geen echte lessen getrokken.

De kunsten staan onder druk en hadden bij de bezuinigingen net zulke moeite om hun bestaan te rechtvaardigen. Betogers kwamen niet verder dan waardeloze tautologieën “Een samenleving zonder kunst is geen samenleving.” Onzin die alleen werkt bij mensen die dat al vinden. Echte maatschappelijke of economische waarde voerde niemand aan omdat die vaak ontbreekt of omdat kunst die nuttig of populair is, niet serieus genomen wordt.

Bogost stelt in zijn redenering dat de geesteswetenschappen het publiek minachten. Dat had je over de kunsten niet kunnen zeggen tot de ‘Mars der Beschaving’ plaatsvond. Die liet pijnlijk zien hoe verziekt de relatie tussen de sector en het brede publiek is. Een kleine groep mensen wil blijven doen wat ze altijd al deden zonder daar verantwoording over af te leggen tegen de samenleving waar ze afhankelijk van is.

Verder heeft niet alleen de roman moeite met de (digitale) media zoals Heijne beschrijft, maar vrijwel alle instituties. De kosten om dingen te maken en uit te proberen zijn nog nooit zo laag geweest. Iedereen kan optreden en zichzelf presenteren hoe ze maar willen. Natuurlijk is dat amateuristisch, maar vaak is het wél goed of goed genoeg voor de betrokkenen. Het is niet meer te verkopen dat een kleine groep de artistieke middelen monopoliseert en daar weinig meer mee doet dan een iets grotere elite te bereiken.

Als de kritieken passen, ligt het voor de hand dat de oplossingen dat ook doen. Bij beiden is dat dat kunst die zich wil beroepen op maatschappelijke waarde met beide benen in de samenleving moet staan en daar relevant moet zijn. Kunst moet de geheimen van de wereld blootleggen en ons dingen leren over onszelf. Daar heeft het helaas te lang aan ontbroken.

Een correctie was noodzakelijk maar dat die zo hard aankomt ligt meer aan de sector dan aan de staatssecretaris. Het lijkt erop dat mensen er liever voor kiezen om irrelevant te worden dan om met hun tijd mee te gaan. Maar een culturele bosbrand is gelukkig geen ramp. Waar er mogelijkheden zijn zullen behoeftes altijd vervuld worden. Des te makkelijker zelfs zonder de drukkende last van het verleden.

Wat moet je doen met gamification?

Ik was twee weken geleden op een bijeenkomst van de STT over serious games en ik was een beetje teleurgesteld dat de enige kritische reflectie op het onderwerp van de dag —kansen in serious games en gamification— kwam van super-filosoof Jos de Mul. Hoe goed zijn kritiek dan ook was, kritiek van een filosoof is te gemakkelijk weg te wuiven door mensen uit de praktijk. Nederland blijf een land van handelaars en nering is hier de makkelijkste manier om de handen op elkaar te krijgen.

Wij blijven serieuze reserveringen houden bij het klakkeloos doorvoeren van gamification. We denken dat een fijnzinnigere aanpak wenselijk is omdat de problemen ingewikkeld zijn en deze spellen dagelijks door echte mensen gebruikt worden. In onze praktijk bij Hubbub maken we serious games en dat doen we tot tevredenheid van klanten en spelers al zeg ik het zelf. Waar het gamification betreft ben ik één van de eerste aanjagers van Foursquare in Nederland. Ik ben me dus terdege bewust van de mogelijkheden en beperkingen van deze aanpak.

Ik wil mensen en organisaties die iets willen doen hiermee oproepen om professionele hulp in de arm te nemen. Je wilt mensen die een track record hebben in het maken van spellen die werken voor de mensen die ze spelen én voor de bedrijven die ze inzetten. Dat betekent in dit geval Hubbub of andere bedrijven die werken met echte spelontwerpers. Wij zitten niet exact te springen om meer te doen, maar we zien tegelijk wel een acute behoefte aan ervaring uit de praktijk.

Communicatie- en interactieve bureau’s doen nu een paar slides over gamificatie in hun strategie-pitches om het concept ‘meegenomen te hebben’ maar ze zijn zich vrijwel nooit bewust van de complexiteit en nuances van games en systemen.

Het zijn goedbedoelde pogingen, maar ze slaan bijna altijd de plank mis. Als je echt duurzame waarde wilt creëren kun je beter direct bij een goede partij aankloppen.

Cameratoezicht op mijn fiets

Onlangs zijn de wielen van mijn racefiets gestript toen deze over het weekend geparkeerd stond op de Korte ‘s-Gravezandestraat in Amsterdam.

Left my bike out for two days and my wheel set got stolen. Double lock, kids!

 

Ik heb aangifte gedaan van de diefstal en er staat een camera op het terrein van Stadgenoot gericht op de openbare weg waar mijn fiets staat. Ik probeer te achterhalen van wie die camera is om te zorgen dat die beelden bewaard worden en beschikbaar zijn voor het politie-onderzoek.

In principe ben ik tegen camera’s in de openbare ruimte maar als ze er hangen ben ik wel voor transparante en heldere informatie over van wie ze zijn en wanneer je bij de beelden mag. Dat het hier slecht gesteld is met die informatie bewijst de volgende rondgang:

Stadgenoot ontkent dat de camera van hen is en zegt dat bewoners niet zomaar camera’s aan hun huis mogen bevestigen. Ze zeggen dat deze waarschijnlijk van de politie is.

Het politiebureau dat erover gaat zegt ook niks te weten van deze camera en verwijst door naar de gemeente.

De gemeente weet na herhaaldelijk bellen en talloze malen doorverbonden te worden uiteindelijk te achterhalen om welk stadsdeel dit precies gaat en dat team handhaving van stadsdeel Centrum zou moeten weten van wie die camera is. Dit team is ‘s ochtends tussen 9 en 10 op kantoor waarna ze de straat op gaan. Dus morgenochtend wordt dit vervolgd.

Do your bit!

Mensen die mij kennen weten dat ik nooit echt dingen retweet en me bezig hou met goede doelen. Alleen één keer per jaar maak ik een uitzondering voor Bits of Freedom omdat ik wat ze doen echt heel belangrijk vind en omdat ik weet dat ze het heel goed doen.

Bits of Freedom komt op voor een open en vrij internet in Nederland en Europa en ze doen dat buitengewoon effectief. Als je je privacy wilt bewaren en een ongefilterde toegang tot het internet wilt houden ga je vandaag naar “Do Your Bit!” en doneer je €5 in vijf minuten. Je krijgt een t-shirt en een goed gevoel.

De science-fiction van nu

Ik probeer mijn literaire vrienden aan het verstand te brengen dat door de technologisering van de samenleving science-fiction een niet meer te negeren onderdeel van de cultuur aan het worden is.

Boeken zoals ‘Super Sad True Love Story’ van Shteyngart en ‘De kaart en het gebied’ van Houellebecq zijn feitelijk al science-fiction. Aan de andere kant is er science-fiction die de rand van het nu mogelijke bewandelt en ons laat zien hoe de nabije toekomst eruit zou kunnen zien.

Die ‘edge’ science-fiction is de leukste en elk jaar is er wel een boek te vinden dat precies het nu vangt. Vorig jaar was dat Zero History (mijn recensie op de Republiek, fragmenten) en dit jaar is het dankzij de Londense rellen The City & the City van China Miéville.

Kars heeft er voor zijn praatje op dConstruct ook stevig uit geput. Ik moest het toen nog lezen maar heb hem vorige week in anderhalve dag (3 uur en 35 minuten volgens Readmill) doorgeknald.

Het boek gaat over twee steden Besźel en Ul Qoma die gescheiden worden niet door fysieke barrières maar door conventie. Beide steden liggen op dezelfde plek waar sommige delen grond bij de Besźel horen, en andere bij Ul Qoma.

Waar het ingewikkeld wordt is dat er delen grond zijn die gearceerd zijn, die bij allebei horen. In Miéville’s boek negeren mensen die zich op zulke gebieden bevinden de inwoners van de andere stad. Dit is geen keuze, maar een sociale conventie die diep geworteld is van kinds af aan en ook bekrachtigd wordt door een speciale politie-eenheid genaamd ‘Breach’.

Mensen zien de inwoners van de andere stad lang genoeg om niet met ze te botsen maar ontzien ze dan direct (letterlijk). Bewust zijn van wat er in de andere stad gebeurt is een strafbaar sociaal taboe. Beide steden zijn uit elkaar te houden door hun eigen kleuren, architectuur en lichaamstaal die je wel mag zien maar toch ook weer niet.

Wat dat betreft is het een dankbare achtergrond waar allerhande allegorieën zich opdringen. Maar we hoeven niet terug te grijpen op Berlijn of Baarle. We leven effectief al in de meeste grote steden op de manier zoals beschreven door Miéville. The City & the City is een amusante detective-roman met samenzweringen à la de Illuminati en het verlies van één man. Maar belangrijker nog zet het zoals goede science-fiction hoort te doen aan tot denken over de wereld waarin we leven.

Nu aan het lezen Rule 34 van Stross (naar het meme) en daarna Reamde van Stephenson.

Ik ben bereid

Je gaat een verlaten loods in waar je verwelkomd wordt. Je mag de ontmoeting met de ander aangaan voor een persoonlijke ervaring en voor een hoger doel. De bedoeling wordt gaandeweg duidelijk en het uiteindelijke aanbod is lidmaatschap van een club, van dé Club.

Veel mensen worstelen door het wegvallen van traditionele structuren met vragen over zingeving en hoe we de samenleving moeten inrichten. Met de crisissen waar we de laatste tijd door geplaagd worden zijn die vragen urgenter dan ooit. Elke moeilijke tijd heeft mensen nodig die nieuwe dingen verzinnen en uitvinden hoe het verder moet. De Club is een mengvorm van kunsten, mensen en thema’s die hen zoekt en verbindt.

Elke avond is anders. Iedere deelnemer haalt eruit wat ze erin stopt, op de avond zelf en daarna. Wat het wordt, dat weet niemand maar de uitnodiging staat open en de noodzaak is duidelijk. Het enige wat er te verliezen (en te winnen) valt is een alternatief.

De Club speelt zich nog tot 25 september af in Roest Amsterdam en daarna in Eindhoven en Gent. http://de-club.nu