Weeknotes 173

Some notes, this time not ordered by day, but by theme.

A bunch of conceptual and game design progress for Ebi. We created a concept which is fun, viral and not impossible to implement given the time we have. Also big thanks for the baristas at Brandmeester’s for keeping the creativity fueled.

A WINDOW UNTO THE CITY AS THEATRE

Coffee at Stumptown with @mosselman and @remcojanssen. Signup at the mental stimulation Google Wave (still a free spot left for this week!).

I attended all three days of the Mediamatic Mapping Festival. There was a lot of familiar stuff there but still saw some interesting things (see Monster Swell’s tweets) and talked to some cool people (among who catalogtree). The amount of interactive data visualizations was somewhat disappointing. It is about time we transformed data and insight into read/write media.

CatalogTree

Malkit Shoshan

Some writing:

Some updates on Haïtinu.nl a site I have been working on.

Coffee as catching up

I was already in the habit of starting my mornings drinking the best coffee in Amsterdam at Stumptown and would regularly chat with the mayor. After planning some morning meetings there, getting an early start, drinking great coffee and having a good conversation with people you’d normally not talk to, proved to be a good idea.

So I opened a collaborative document with my free spots to see if people would be interested in meeting. Early, just for coffee and just for an hour. This is going quite nicely so far, and I’m going to see if I can fill it up for the entire duration of Stumptown’s run here in Amsterdam.

I’ve still got a free spot for next week and will post my schedule for the week after shortly. Signup at the Wave:

Eindrapport Adviescommissie Verkeersinformatie

Dit rapport is tijdens de verhuizingen een beetje tussen wal en schip geraakt. Het lijkt me goed om de gedeelten die ik al had aangestreept even snel te bloggen voordat we diep op de openbaar vervoersinformatie-situatie in Nederland ingaan.

Ik kwam dit rapport vorig jaar op het spoor als het rapport van ‘Commissie Laan III’ en na wat gebel kon ik het opgestuurd krijgen van onze rijksoverheid. Het heet “Eindrapport Adviescommissie Verkeersinformatie” en is uit April 2009.

Er staan interessante dingen in over de verhoudingen tussen de verschillende partijen in dit gebied en verstandige woorden over het belang van een publieke voorziening voor data. Dit belang is duidelijk maar deze commissie adviseert alleen en dat in redelijk vage bewoordingen waardoor er niet zoveel gebeurt.

Om te beginnen:

De commissie bestaat uit vertegenwoordigers (op directieniveau) van verschillende wegbeheerders, belangenorganisaties op gebied van mobiliteit, transport en logistiek alsmede marktpartijen die zich onder meer richten op de distributie van verkeersinformatie, zogeheten service providers. (blz. 4)

Ik mis twee groepen in de samenstelling van de commissie:

  1. Mensen met een idee van het verstorende en innovatieve potentieel van het internet.
  2. Mensen die de belangen van echte eindgebruikers behartigen.

Het ontbreken van die twee groepen zorgt ervoor dat de commissie nooit echt toekomt aan de dingen waar het echt om gaat wat betreft verkeers- (en vervoers-)informatie.

Wie zaten er dan wel in? Uit bijlage B:

  • ANWB bv
  • EVO
  • Siemens Nederland
  • Vialis Verkeer & Mobiliteit bv
  • ARS Traffic & Transport Technology
  • Verkeersinformatiedienst
  • Publieke Omroep
  • Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG)
  • Interprovinciaal Overleg (IPO)
  • Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat

en als adviseurs:

  • Rijkswaterstaat- Verkeerscentrum Nederland
  • Ministerie van Verkeer en Waterstaat Directoraat-Generaal Mobiliteit

Verder:

Het belang van actuele en betrouwbare verkeersinformatie geldt – afgezien voor overheden – ook in hoge mate voor het bedrijfsleven en individuele weggebruikers. De informatie over de verkeersafwikkeling, nu nog sterk per modaliteit gesegmenteerd (weg/OV), wordt hoofdzakelijk door publieke partijen, aangeboden aan service providers die op hun beurt de informatie doorgeven aan de gebruikers. De publieke partijen bieden informatie veelal aan vanuit hun rol als verkeersmanager. (blz. 4-5)

‘Service providers’ zijn volgens het rapport partijen als ANWB en Siemens.

‘Verkeersmanagers’ doen precies dat. Dat zijn partijen —ik denk met name op de weg— die ervoor zorgen dat de dingen zo veilig en efficient mogelijk gebeuren. Daarvoor verzamelen ze die informatie ook.

Het uiteindelijke collectieve doel van de informatieverschaffing is het publiek zodanig te kunnen informeren dat individuele gebruikers in staat zijn om goede en slimme keuzes te maken in hun mobiliteitsbehoefte. De baten bestaan voor het bedrijfsleven uit een betere bereikbaarheid c.q. tijdswinst, uiteindelijke leidend tot het genereren van (meer) omzet en winsten, en voor de publieke wegbeheerders in een betere benutting van hun infrastructuur. (blz. 5)

Bovenstaande is exemplarisch voor hoe de discussie geframed wordt. Transport is een probleem van het bedrijfsleven en bedrijven verliezen geld als dat niet goed gebeurt. Dat is gedeeltelijk waar, maar toch grotendeels het paard achter de wagen spannen. Transportmogelijkheden danwel op de weg, danwel via het openbaar vervoer bieden transmobiliteit: mensen krijgen de mogelijkheden om zich te ontplooien op een heleboel manieren waaronder werk, onderwijs en vrije tijd.

Dat zou het kerndoel moeten zijn en dat ontbreekt totaal. Als die ontplooiing goed gebeurt dan ontstaat er meer maatschappelijke welvaart dan alleen maar meer omzet. Maar de deelnemers van deze commissie zien dat niet.

We zitten nu nog in de management samenvatting. Wat punten:

4 Om de weggebruiker nog beter van informatie te voorzien zodat hij bij een routekeuze meer rekening houdt met lokale omnstandigheden omtrent verkeersveiligheid, leefbaarheid en milieu, dient deze informatie systematisch door wegbeheerders aan service providers en andere marktpartijen beschikbaar te worden gesteld. Daarnaast is deze informatie ook voor de weggebruikers zelf praktisch en nuttig (minder files en omrijroutes). (blz. 7)

Het is een beetje de vraag wat nu een marktpartij is. Zoals het nu bij het NDW geïmplementeerd is betaal je €6000 per jaar om bij de gegevens te mogen (zie dit verslag Hergebruik van Overheidsinformatie). Dit omdat ze ‘kosten maken’, maar je sluit door zo’n hoge barrière op te werpen de meer innovatieve en specialistische toepassingen voor die gegevens bij voorbaat al uit.

5 Teneinde de weggebruiker in staat te stellen om voor en tijdens zijn reis gebruik te maken van alternatieven die het OV biedt en daaraan gerelateerde services zoals P+R-voorzieningen en OV-fiets, is het noodzakelijk dat er multi-modale reisplanners beschikbaar komen.

Stimuleer het openstellen van OV-informatie voor marktpartijen op de korte termijn en bevorder de invoering van multi-modale routeplanners en hieraan gekoppelde diensten. (blz. 7)

Wat wordt er verstaan onder een marktpartij? Is een hobbyist of een kunstenaar een marktpartij? Moeten alle diensten noodzakelijkerwijs commercieel zijn?

De noodzaak van die multi-modale planners is ontzettend groot. Alle pogingen die tot nu toe zijn gedaan door bijvoorbeeld TomTom of 9292 zijn er nog niet helemaal en er is er nog eentje in ontwikkeling door de Waag maar daar heb ik tot nog toe niks van vernomen.

Als er geen barrières waren wat betreft kosten en moeizame gesprekspartners dan weet ik zeker dat er veel meer, specifiekere en betere routeplanners al beschikbaar zouden zijn. Misschien enkele complete multimodale planners, maar daarnaast een heleboel specifieke niche-toepassingen en integraties met andere applicaties.

Er wordt een organisatorisch vervolg geschetst waar de verschillende partijen met elkaar in gesprek kunnen blijven en:

Hiermee wordt bevorderd dat de reiziger in de toekomst optimale en betrouwbare informatie ontvangt om zodoende een persoonlijke afweging omtrent het voorgenomen reisgedrag te kunnen maken (modaliteit, tijdstip van vertrek, routekeuze, kosten en comfort etc.). Daarmee kan een belangrijke bijdrage worden geleverd aan de vergroting  van de bereikbaarheid en een betere benutting van de infrastructuur. (blz. 8)

Lees bovenstaande en ga bij jezelf na in hoeverre je optimale en betrouwbare informatie ontvangt en hoe dat je bereikbaarheid beïnvloedt. De wil is er, maar de toekomst waar de commissie het over heeft lijkt nog ver weg.

Dan het rapport zelf.

De resultaten van Commissie Laan II:

In de kern waren genoemde aanbevelingen gericht op het wijzigen van de relatie en de leveringsovereenkomst tussen Rijkswaterstaat/TIC enerzijds en de service providers (ANWB, Siemens etc.) anderzijds. Deze aanbevelingen waren tevens bedoeld om de verhoudingen tussen partijen weer te ‘normaliseren’, na een roerige periode tussen genoemde partijen, waarbij een aantal conflicten zelfs tot rechtszaken had geleid. (blz. 13)

Fijne jongens. Het laat zich raden dat die rechtszaken niet in eerste plaats om het belang van de eindgebruiker waren.

En meer:

Dit heeft er bijvoorbeeld toe geleid dat Rijkswaterstaat de ruwe verkeersgegevens beschikbaar is gaan stellen aan service providers. Verder waren service providers niet langer verplicht om eigen ingewonnen verkeersgegevens aan Rijkswaterstaat terug te geven. (blz. 14)

En een interessant voorbehoud van de minister:

dat ‘waar het gaat om informatie die rechtstreeks verband houdt met de publieke rol van Rijkswaterstaat als netwerkmanager, Rijkswaterstaat deze verkeers(management) informatie zélf moeten kunnen verstrekken aan het algemene publiek; los van de vraag of deze informatie reeds door de markt wordt of zal worden aangeboden.’ (blz. 14)

Dit rapport gaat vooral over Rijkswaterstaat en de wegen waar de verkeersinformatie in het NDW staat. Rijkswaterstaat heeft die publieke rol en is niet geprivatiseerd waardoor de minister dit wat makkelijker kan zeggen. Wat betreft het openbaar vervoer is er een lappendeken van (semi-)private ondernemingen die wél een publieke rol hebben wat betreft informatievoorziening maar die niet willen uitoefenen.

Nog een leuke (maar holle) uitspraak:

De Minister geeft in nota aan dat hij de publiek-publieke en de publiek-private samenwerking wil stimuleren: “De groeiende behoefte van zowel overheid als weggebruiker aan een goede en betrouwbare verplaatsingskwaliteit van deur tot deur vereist meer samenwerking tussen wegbeheerders en ook tussen vervoerswijzen. Het vereist bovendien werken over de eigen beheersgrenzen heen en rekening houden met elkaars doelstellingen en belangen.” (blz. 18-19)

Een open ‘deur’ waar niks mee gebeurt. Een beetje rondvragen bij de instanties leert dat over beheersgrenzen heen werken een fictie is en dat iedereen zich verschuilt achter de institutionele knoop waar de reiziger het slachtoffer van is.

Dit handelen vindt zijn grondslag in het algemene, publieke belang bij bevordering van de benutting van infrastructuur. Het is staand nationaal beleid om hergebruik van overheidsinformatie te bevorderen teneinde bij te dragen aan de algemene kennisinfrastructuur. Het ruimhartig verstrekken van overheidsinformatie is mede hierom dan ook vastgelegd in de Wet Openbaarheid van Bestuur. (blz. 22)

Dat het toestaan van hergebruik vanuit de overheid ingewonnen gegevens effecten kan hebben op de aanbodzijde van de verkeersinformatiemarkt, is op zelf genomen niet toereikend om het hergebruik te weigeren. (blz. 23)

Ruimhartigheid in het vestrekken van overheidsinformatie zou heel fijn zijn. Het hergebruik zoals geregeld in de WOB blijkt te zwak om gegevens beschikbaar te stellen (ook volgens Mariko Peters op die bijeenkomst).

Over het beschikbaar stellen van basisgegevens (die eigenlijk niet ter discussie staan):

Hoe gaan publieke partijen, waaronder wegbeheerders en/of vervoersautoriteiten, deze publiek ingewonnen of ingekochte gegevens aan marktpartijen ter beschikking stellen en onder welke randvoorwaarden?

Voorkomen moet worden dat er ‘oneigenlijke’ concurrentie tussen publieke en marktpartijen optreedt.

Om de weggebruiker van deze informatie te voorzien, dienen overheden en marktpartijen een infomatie-marktplaats in te richten waar (voornamelijk) publieke partijen informatie kunnen aanleveren en marktpartijen informatie kunnen halen. (blz. 26)

Dit zijn dezelfde kwesties waar je met elke open data situatie mee te maken krijgt. We hebben gegevens; hoe geven we ze vrij. Waar worden de kosten die we maken bij het vrijgeven van betaald? Dit zijn vragen waar antwoorden op geformuleerd moeten worden.

Één mogelijke oplossingen die wij web-techneuten altijd voorstellen is: geef ons de rauwe data en wij zorgen wel dat het ontsloten wordt. Geen kosten, geen zorgen. Beleidsmakers en andere beslissers bij de overheid kunnen helaas met zo’n model niet overweg.

Wat hierboven wel opvalt is hoe vaak het woord markt genoemd wordt. Er is een duidelijke publieke behoefte aan deze informatie, maar de overheid durft niks te doen wat de ‘precaire’ markt zou kunnen beïnvloeden. Ik denk dat markt en maatschappij meer hebben aan een overheid die zijn verantwoordelijkheid neemt en niet een situatie van marktfalen aan blijft kijken.

Dan het stukje ‘integratie van weg en OV-informatie’:

Voor OV-(basis)gegevens is er nog geen sprake van een vergelijkbare markt als voor wegverkeersinformatie. (blz. 27)

Het is dus nog maar de vraag of een ‘markt’ de beste oplossing is.

Van het project Kwaliteitsverbetering OV-informatie dat door het Ministerie is geëntameerd, worden impulsen verwacht die ertoe kunnen leiden dat OV-gegevens aan marktpartijen ter beschikking komen én tot nieuwe (multimodale)produkten en diensten kunnen leiden.

[…]

Stimuleer het openstellen van OV-informatie voor marktpartijen op korte termijn en bevorder de invoering van multimodale routeplanners en hieraan gekoppelde diensten. (blz. 27)

Goede voornemens, erg weinig voortgang.

Wat moet er dan wel gebeuren? In een volgend bericht daarover een serie concrete aanbevelingen.

Check in / Check Out, Case by Case — Case 0001, “Pasjes en poortjes”

Ik ben het boek “Check in / Check out” van het Rathenau Instituut aan het lezen.

Het boek gaat over de digitalisering van de openbare ruimte en welke gevolgen dat heeft voor de privacy van de Nederlanders. Het boek is opgebouwd uit een serie cases en die zal ik hier één voor één lezen en mijn opmerkingen plaatsen.

Case 0001 — “Pasjes en poortjes”

Er worden zes doelstellingen genoemd ‘van de vervoerder en technologie-aanbieders’:

1. eerlijke en actuele verrekenening van kosten en opbrengsten
2. betere managementinformatie
3. tariefdifferentiatie
4. betere sociale veiligheid
5. betaalgemak voor de klant
6. mogelijkheden voor aanvullende diensten (p. 42)

In dat rijtje mis ik een zevende doelstelling die je uiteraard niet zult horen van de vervoerders en ook niet van de technologie-aanbieders die door hen zijn opgezet:
7. Het openbreken van de markt door betalingen te standaardiseren en de betalingsfrictie weg te nemen en zo concurrentie in het (openbaar) vervoer te vergemakkelijken.

Elke andere aanbieder van vervoer heeft het probleem dat potentiele reizigers erachter moeten komen 1. wanneer ze dat middel kunnen gebruiken en 2. hoe ze daar dan voor kunnen betalen. Het standaardiseren van de informatie in het NDOV en de betaling in de ov-chipkaart en beide middelen laagdrempelig inplugbaar maken voor meer partijen kan leiden tot een dynamischer systeem van Transmobiliteit.

Opvallend weinig mensen blijken zich zorgen te maken over het gebruik van hun persoonsgegevens. (p. 49)

Als mensen zich geen zorgen maken is er voor een groot deel ook geen probleem. Privacy is voor een groot deel een kwestie van perceptie.

De vervoeraanbieder heeft echter geen live-informatie over de reizigerstromen. (p. 57)

Hier komen we straks ook op. Er is dus een systeem dat periodiek informatie doorstuurt. Raar in deze netwerksamenleving en ook niet nodig. Volgens mij zitten er in de meeste message queue systemen robuuste functionaliteit om berichten over het netwerk te sturen en bij netwerkfalen ze lokaal op te slaan tot ze wel verstuurd kunnen worden.

Reizigersinformatie kan worden gebruikt voor opsporingsdoeleinden en marketing, maar blijkt van beperkte waarde. (p. 58)

Dit is interessant maar het is de vraag of je deze gegevens dan maar niet moet opslaan, met name omdat de gegevens voor de gebruikers ook van waarde kunnen zijn. Een anonieme kaart die niet inferieur is aan de persoonsgebonden kaart lijkt het beste alternatief voor diegenen die hun privacy willen behouden.

Daarnaast is er ook een referentie naar de Digital Security Group (DSG) van Bart Jacobs die met financiele steun van NLnet werkt aan een OV-chipkaart 2.0 (p. 60). Iets wat hard nodig blijkt.

RET en GVB zijn daarom van plan abonnementhouders die niet hebben ingecheckt, bij controle te beboeten met 35 euro voor het niet hebben van een geldig vervoersbewijs. Los van het feit dat dit onsympathiek overkomt, is nog onduidelijk of dit juridisch wel kan. (p. 61)

Bovenstaande laat zien hoe technocratisch de bestuurders van de vervoersmaatschappijen denken.

Ik mis deze vraag in de privacy-afweging van de ov-chipkaart: Worden contacten met de conducteur zoals controles en boetes ook vastgelegd in het systeem? Bouw je zo een strafblad op en wat voor gevolgen heeft dat?

Deze zogenaamde location based services heeft de staatssecretaris vooralsnog verboden. (p. 67)

De location based services hierboven worden alleen maar gezien in het kader van de broodjesverkoper die je korting wil geven als je op hetzelfde station bent. De aloude natte droom van de marketeers.

Wat niet mee wordt genomen is de opkomst van locatie-gebaseerde diensten die door mensen zelf worden gebruikt om hun leven vast te leggen en om meer context toe te kennen aan hun dagelijks handelen. Locatie gebaseerde spellen, locatie brokers en andere interessante dingen die je zelf met je locatie kunt doen, kunnen heel waardevol zijn maar zijn niet in het systeem of in de afweging meegenomen (en worden ook vermoeilijkt doordat het systeem niet real-time is).

Naar onze mening is het systeem vooralsnog teveel vanuit de vervoerders aan de reizigers opgelegd en zal dat het systeem op de lange termijn opbreken. Dit net neemt – zonder veel terug te geven.
Inzicht in transactie via mijnovchipkaart.nl kwam pas lang nadat het systeem al was in gevoerd (En is traag en vaak stuk. -Alper). De NDOV (Nationale Database Openbaar Vervoersgegevens), die ook de bewegingen van de voertuigen inzichtelijk zou moeten maken, laat nog lang op zich wachten. Een best pricing system is ooit overwogen, maar nooit ingevoerd. Het enige voordeel is vooralsnog betaalgemak, al zal niet elke reiziger de nieuwe manier van betalen echt handiger vinden. (p.68)

Gemiste kansen en het compleet negeren van de eindgebruiker is in het kort het verhaal van de OV-chipkaart.

Maak duidelijk wie de reizigersidentiteiten beheert en dat ook degenen die kijken worden gecontroleerd.

Hier zou het bijvoorbeeld interessant kunnen zijn om elke toegang tot je gegevens ook op mijnovchipkaart.nl weer te geven. Ge-anonimiseerd qua naam maar niet qua functie zodat je kunt zien wie in welke rol wanneer welke gegevens van jou bekeken heeft.

Zoek oplossingen voor systeemfalen in het systeem zelf en niet in het bestraffen van reizigers.

Zomaar een idee.

Overweeg een ‘live’-scenario.
De reizigersdata worden momenteel gebufferd en zijn daardoor altijd verouderd.

Gek dat we net nu we aanstalten maken om het real-time internet in te gaan, zitten met een systeem waar alle transacties gespooled worden in buffers van soms wel meerdere dagen. Heb je zo’n gigantische infrastructuur geïnstalleerd, is nog alle sturing die je kunt plegen en al het inzicht dat je kunt bieden belegen omdat de gegevens verouderd zijn voordat je ze ziet.

Al met al een goed historisch overzicht van de implementatie van de ov-chipkaart, de controlerende mogelijkheden en de kansen voor de gebruikers.

De vraag is alleen of en wanneer deze dingen verbeterd zullen worden. Er zijn al meerdere fora geweest waar gebruikers hun problemen met de chipkaart mochten aankaarten. Hier en daar zijn er wel dingen verbeterd maar vaak word je gewezen op systeembeperkingen of onderlinge afspraken waardoor dingen niet mogelijk zouden zijn.

An augment for my reality

I recently got glasses to make my vision even better than it already is. Nothing wrong with my eyes, but once you’ve seen the difference in sharpness, you do not want to go back. For me it’s an augment:
Glasses!

Talking about augmented reality, this piece of design fiction by the guys at Layar is very convincing to show that AR definitely is going to be a big deal. Here’s to all the naysayers:

Experience Zeeburgereiland

This week I biked past Zeeburgereiland on my bike route from the Eastern Docks to IJburg and all I saw was completely desolation and this billboard. I had wanted to bike along side the IJ but this part of the city is so unfinished larg pieces of it are inaccessible.

This is what it looks like through the fence:
Zeeburgereiland

I completely forgot the text on the billboard and had a hard time finding the place. Google Maps doesn’t even know it yet. Just look at Street View.

My trusty neighborhood council member Jan-Bert Vroege is usually available to answer these kind of questions for me and he pointed me towards the right site.

Zeeburgereiland

It’s going to be the site of some significant development in the near future. It’s odd that in developing IJburg the city skipped over this part and is only now beginning to fill it in.

The site points to a fantastic concept at the site of the current silo’s to build an art house, playground, museum and restaurant with a fabulous view and attractive position: the Annie M.G. Schmidt house.

Looking forward to this, but curious if the exurbs of the city beyond where I live (Diemen + Bijlmer) will ever be (re)developed or if we’ve forsaken those to become multicultural ghettos:

I biked on to IJburg and large swaths of that area still are empty and being built and filled in. Most people won’t remember how long it took for tram 26 to be extended there or when the first supermarket opened (is there one now even?).

Some nice parts too:
IJburg

Concerning that part of urban development we can learn a lot of the prefab cities being erected in the East (take Dan Hill’s account of New Songdo). I know it takes time to fill up residential units and some amount of organic growth/frontier mentality is good, but is it that hard to have basic amenities in place when the first people arrive there?

Foursquare Day

This Wednesday was Foursquare Day, but I don’t know who went. We just had ours recently and I just dug up the pictures from my camera:
Foursquare Meetup
Foursquare Meetup

Oostelijke Havens en verder

Een kleine fietstocht lansg het IJ voor een toekomstig project:
View
Children at Play
Houses
IJburg

Ambitieuze koffie in Stumptown

Via Johan Schaap kwam ik op het spoor van een popup store van Stumptown Coffee Roasters hier in Amsterdam op de Albert Cuyp (4sq).

Popup stores zijn vet en nu is de Albert Cuyp niet het armoedigste deel van de stad wat betreft caffeïne-toevoer, maar zoals in het artikel in de Times ook te lezen staat:

I’ve gotten to really know the city. But I’ve tried to find good coffee, and it’s been challenging. It’s way underdeveloped compared to the U.S., or even London or Scandinavia.

Dat is serieus waar. Mensen hebben hier geen smaak of budget voor goede koffie. In de meeste café’s krijg je een verbrande halve kop espresso, met enkele goede uitzonderingen. Het personeel (‘baristas’ hebben we hier niet) neemt het werk ook niet serieus en is niet ontvankelijk voor constructief commentaar.

Laatst bij de Koffiesalon kreeg ik van de jongen achter de bar triomfantelijk “nog een beetje extra melk” in mijn kopje gekwakt. De koffie die je uitserveert is goed, of hij is het niet. Rot op met je extra beetje melk.

Ik verheug me op mijn eerste bezoek aan Stumptown. Het moet wel goed zijn. Slechter kan in elk geval niet.

Update:

Bar(ista)

Ik ben er geweest en de koffie is er inderdaad fantastisch. Nu maar hopen dat ze blijven.

Vrijheid herdenken

Een nieuw gedicht van onze Dichter des Vaderlands “Een mooie dag om stilte te verscheuren”:

Ik stond trouwens dinsdagavond ook op de Dam.