Enjoyment of Public Space

Jan Chipchase had asked this question recently in a post on this street scene which already had me thinking.

Enjoy Public Space

Yesterday I was present at a lecture by Dirk Overduin on some succesful interventions around the use of public space.

It’s hard to strike a balance between the use and abuse/overuse of public space. Mostly perceived ‘abuse’ of public space stems from other social problems (homelessness etc.) and regulating public space too rigidly impoverishes all of us.

Looking at the street scene from China, I’m disappointed that we do not have similar uses of public space here. To be able to play tavla on the sidewalk in the city while drinking çay…

Gecekondu on the island at ARCAM is a fun initiative and they have a full program for the next couple of days so be sure to visit them.

De krant is stuk. Wat nu?

Van het weekend gebeurden er weer een paar dingen die me met de neus op de feiten drukten hoe kapot het concept ‘papieren krant’ wel niet is. Ik zeg het al een tijdje en heb opgeschreven waarom ik principieel tegen de papieren krant ben (alle argumenten), maar dit was wel saillant.

Plek in het leven

Net een stuk in de Times dat het ochtendritueel van veel Amerikaanse gezinnen wordt verstoord door gadgets en sociale media:

Technology is morning’s first priority: […] “After six to eight hours of network deprivation — also known as sleep — people are increasingly waking up and lunging for cellphones and laptops, sometimes even before swinging their legs to the floor and tending to more biologically urgent activities.”

Hetzelfde voor mij. Mijn laatste proefabonnement NRC.next bleef braaf in de bus liggen tot ik ‘s avonds weer thuis kwam als ik hem er dan al uit haalde. In het weekend een weekje kranten bijlezen is leuk, maar tijdrovend. Mijn ochtendkrant is (in bed) het teruglezen van 8 uur tweets uit verschillende tijdzones met links en artikelen en filmpjes die geplaatst zijn door een groep mensen die ik daarop heb uitgekozen, een groep mensen die ik grotendeels ken. En als ik ‘s ochtends al bewegend beeld zou kijken dan zou dat geen ontbijt-tv zijn maar oude Daily Shows.

Ontbijttafel, krant, rust? Dat is allemaal voorbij, maar het wordt nog erger.

Actioneerbaar nieuws

Afgelopen weekend las ik deze tweet van Jaap Stronks over een goed stuk van Jort Kelder dat in de NRC zou staan. Dat leek me wel interessant en het leek me leuk om naar de kiosk te gaan en een krant te kopen. Dat plezier werd me ontnomen toen dezelfde Jaap even later de link naar het artikel retweette. Dus niet het weekendritueel maar gewoon internet.

Sommige mensen zien het verdwijnen van dat ritueel als een verlies. Je zou ook kunnen zeggen dat de tweede tweet het NRC omzet door de neus heeft geboord. Hadden ze het maar niet online moeten zetten… Maar het alternatief is erger.

Stel je hebt een papieren krant en je leest er iets in, dan heb je er niks aan. Papieren krantenkartikelen zijn niet actioneerbaar en zeker niet zo makkelijk sociaal actioneerbaar als we tegenwoordig gewend zijn.

Dit terwijl als ik iets online lees, de kans al groot is dat ik het via een sociaal medium tot me heb genomen. RSS lees ik al nauwelijks meer, het meeste komt binnen via Twitter en het is op die manier gericht of ongericht weer makkelijk te herverspreiden.

Het stuk heeft een link en rondom die link kunnen mensen weer dingen opbouwen. Bijvoorbeeld een levendige ge-engageerde discussie op Sargasso over het stuk. Jammer alleen dat het discussieformaat op Sargasso stuk is maar ze doen het beter dan bijvoorbeeld next zelf waar ik tussen de vele artikelen over Twitter niks over dit stuk kan vinden.

Dat zijn acties, de tijd van het passief consumeren van media is voorbij. Een papieren krant is zo’n passief medium en het voelt anachronistisch en te-weinig-interactief. Wanneer is dat duidelijk en hebben we dan een alternatief?

Social Drinking in Print

Things are a bit slow in Amsterdam, this being high summer. Having Foursquare (see previous post) and being able to drink some beers in the city now and then does make it a lot more relaxed.

Robert Gaal and I initiated the launch in Amsterdam and it looks like it is really taking off right now. Dutch daily NRC.next wrote a two page spread on the site and quoted me and some others in it. Normally I don’t bother with papers, but I went to our neighborhood store and bought a copy:

Ben in Paradiso, kom ook man

It’s a nice balanced overview piece of the service and the trends towards more ubicomp in your nightlife experience. The big question is, these guys have delivered, will anybody else match them in the foreseeable future?

Local social network Hyves is bluffing they will introduce similar functionality but it begs the question why they didn’t already? I’ve seen this concept come by in briefings more times than I care to count and nobody has been able to get the buy-in and pull off the experience.
And when was the last update of the Hyves iPhone App? Or of the Facebook App for that matter?

In other news: There was some drama recently with people from outside of Amsterdam adding venues outside of Amsterdam and getting rebuked by some people within AMS.

Foursquare’s policy is that anybody who wants to play in whatever fashion should be allowed to do so. The data generated can always be filtered better later on using better algorithms and more insight. Just think twice about friending me if you plan on checking in outside of Amsterdam.

Four Square or can you smell the beer already?

This week returning from my new haunt in Amsterdam back to Delft, walking the streets with an appetite for beer I felt strangely disconnected.

Together with Robert we persuaded the kind people of Four Square to open up a branch in Amsterdam. Being one of the starters of the service here means I’m friends with tons of people. Knowing what is happening in the city, where the cool bars and restaurants are and immediately knowing who’s having a beer right now and where, is fantastic.

S&W say that being able to see through a city is a superpower. If so, Four Square is the superpower of being able to smell beer miles away.

Once you’re used to a service such as this and the peripheral vision it provides —and does ever so unintrusively— walking around a city which doesn’t have it feels like having blinders on.

Nationale Databank Wegverkeersgegevens

Via Gerard het nieuws over het NDW dat geopend is door Minister Eurlings. Het eerste resultaat is een warrige site: Nationaaldatawarehouse.nl.

Het lijkt me boeiend om de intensiteit van het wegverkeer in Nederland globaal te visualiseren, en het lijkt erop dat het NDW die gegevens beheert en aanbiedt. Nergens op de site is te vinden hoe je dan als potentiele afnemer aan die gegevens komt. Wellicht zijn hier marktpartijen hier —zoals wel vaker— nauw gedefinieerd als een soort ons-kent-ons clubje waar men elkaar wél weet te vinden.

Hier toch maar mijn vraag:

Beste,

Ik begreep dat het NDW onlangs geopend is. Ik zou graag toegang willen tot de actuele gegevens over het verkeer op de Nederlandse weg. Ik kan op uw site een verzameling vragen en antwoorden vinden: http://www.nationaaldatawarehouse.nl/index.cfm?page=FAQ
maar nergens staat uitgelegd wat ik moet doen om een afnemer te worden.

Via deze e-mail dus mijn vraag hoe ik afnemer kan worden van gegevens uit het NDW, welke gegevens ik dan kan verkrijgen en onder welke voorwaarden en in welke formaten.

Bij voorbaat dank voor uw antwoord,

Ik hou mijn adem niet in, maar we kunnen zien.

De Geest van de Webrichtlijnen

Vorige week dinsdag gaf ik een presentatie op de Barcamp Webrichtlijnen over waar wat mij betreft de prioriteit moet liggen in het ontwikkelen met het oog op de webrichtlijnen.

Ik kwam er terecht via Ferry en het widgetproject wat ik voor Tam Tam heb gedaan en het evenement werd georganiseerd door de vriendelijke mensen van Cinnamon. Een grote vraag is of veel Web 2.0 technieken zoals AJAX en crowdsourcing etc. wel compatibel zijn met de webrichtlijnen, zoals ook beschreven in Ferry’s verslag.

Group

Zoals ik al zei, ging ik in tegen de heersende orthodoxie dat de huidige praktijk dat alleen maar XHTML opleveren goed is.

Mijn argumentatie betreft twee stellingen en ik hoop niet dat die zo vaag was als Don schrijft:

  1. De webrichtlijnen die het beste (automatisch) te meten zijn, zijn niet de belangrijkste. Mensen zijn geneigd om zich blind te staren op wat makkelijk meetbaar is en verliezen uit het oog waar het echt om gaat.
  2. We hebben meer dan genoeg te doen om de user experience op het internet te verbeteren zonder ons per se te conformeren aan elke webrichtlijn. Het maken van een standaarden-gebaseerde website is niet het moeilijkste. Moeilijker is het om een site te maken met mooi design, heldere tekst en goed interactieontwerp waar mensen op zitten te wachten.

Die twee punten zijn terug te vinden in mijn presentatie (op Slideshare kun je de notities uit de Keynote teruglezen):

De webrichtlijnen zijn wat mij betreft een goed middel voor zover ze je helpen om betere user experiences te creëren, maar ze zijn bij lange na niet het enige waar je naar moet kijken.

Binnen de kleine organisaties waarin ik gewend ben te werken is al veel kennis aanwezig zowel bij opdrachtgevers als uitvoerders over wat goede webervaringen zijn. Het maken van standaarden-gebaseerde website is daar verondersteld en ik denk niet dat de webrichtlijnen daar veel toegevoegde waarde bieden.

Bij grotere organisaties met minder kennis over de techniek van de materie, kunnen webrichtlijnen een goed (of het enige) middel zijn om te af te lezen wat wel en wat niet goed is, wie een goede uitvoerder is en wie niet. Maar dan nog is het een illusie om te denken dat als je organisatie-kennis niet op niveau is, je met de webrichtlijnen alleen een goede website kunt neerzetten.

Borreltje

De Heilige Graal

Bij Tam Tam is later die week ook Michèlle Thonen afgestudeerd op hetzelfde onderwerp en ik kan haar aanbevelingen alleen maar van harte ondersteunen:

  • Focus op de doelen
  • Stichting Webrichtlijnen: niet alleen de overheid, maar iedereen
  • Andere indeling Webrichtlijnen
  • Andere toetsingsregeling
  • Campagne (voeren)
  • Community (of practice opbouwen)

Met daarbij de opmerking dat ik niet denk dat kleine snel bewegende bedrijven zich kunnen conformeren aan de webrichtlijnen of dat ook maar willen doen. Het lijkt me beter als de webrichtlijnen zich langzamerhand conformeren aan hen. De webrichtlijnen zijn een serie bests practices voor het internet in het algemeen, dat internet wordt uitgevonden door de kleine innovatieve bedrijven. Daarna kan dat vastgelegd worden en kan de rest navolgen.

XHTML is dood — lang leve (X)HTML5!

Op de barcamp had ik nog een discussie over de toekomst van HTML en het gebrek daaraan bij XHTML. Het is wat mij betreft al enkele jaren apert duidelijk dat XHTML een doodlopend spoor is en dat de HTML5 werkgroep de ontwikkeling van het internet vooruit drijft.

Het toeval wil dat twee dagen later de W3 aankondigde de ontwikkeling van XHTML2 af te bouwen en zich te richten op HTML5. Dit nieuws was de bron van nogal wat discussie hier en daar over wat de gevolgen zullen zijn, of we dit hadden kunnen zien aankomen en wat we met al die oude troep moeten doen.

Mark Pilgrim heeft een goed overzicht van de issues en legt weer uit waarom validerende XHTML niet het belangrijkste is, zoek maar op ‘snake oil’ in de tekst voor de misverstanden. Een kort stukje vraag en antwoord over XHTML vs. HTML en wat discussie bij Simon Willison over het onderwerp.

Webpagina’s zullen nog steeds blijven werken, maar het is zonde dat we op dit moment een industrienorm hebben waar XHTML standaard maar achterhaald is. Standaard is goed, nu nog even zien hoe we dat achterhaalde op kunnen lossen.

Friendlier and more open government data

This is an English rewording of a post in Dutch earlier this week just in time for this Reboot session.

I’ve recently been involved with several government initiatives to make government data more accessible and to show what’s possible if that data is publicly available. The premise is that if government data is open, developers and other third parties kan reuse that data and make useful stuff with it. Stuff that can for instance serve as inspiration for our Dutch show us a better way contest: Dat Zou Handig Zijn.

Most recently we had a Hack the Government devcamp/unconference where people interested in this stuff could exchange ideas and build stuff.

Hack de Overheid
photograph by Anne Helmond

A while back I did a project on widgets which was mostly a supply side initiative triggered by a listing of readily available data.

Simultaneously Ton and James did a project on process recommendations for the public sector when it comes to releasing their data. As a part of that project I helped them sift through the currently available data sources from a technical point of view and to see which of those sources could be repackaged in an interesting and more user and developer friendly way.

That wasn’t very easy. Dutch government does publish a ton of data online but usually in rather unaccessible formats and interfaces and without clear descriptions on what it is. We picked two data sources and we managed to realize two new websites based on that data: Schoolvinder (‘School finder’) and Vervuilingsalarm (‘Pollution alert’).

School finder

A Dutch institution called the CFI already has a store with a lot of data on schools. We used their search interface and output (which though ugly and slow was remarkably reusable) and rebranded that into a simplest possible school search engine which is easily understood by parents looking for schools in their area.

Besides that we also create a canonical URL for every school in the Netherlands so other parties can refer to that and we can build stuff on top of those school pages.

The first problem this fixes is that the website is poorly usable and worded almost exclusively in jargon. Employees from the ministry of education told us later that the CFI data is not meant to be used by the public but we think this is still a fix.

Secondly it fixes the fact that this information is quite hard to find and to refer to. Our search engine is easy and open and school data is republished at unique URLs using microformats.

We would have liked to link our school pages to some numerical data from another database of the CFI but that was too hard to realize within the alotted time. Even linking to that other site proved to be too hard because those webpages were shielded in a needlessly complex ASP.NET environment.

Pollution alert

Pollution alert takes the predicted particulate values for a number of sensor stations and makes those accessible. I made a scraper to take the predicted data from the RIVM site and store it in Google App Engine. From our own store in Google App Engine, we show the geocoded stations, we push alerts out to Pachube and Twitter, graph the data and provide an API. We believe there is a lot of latent interest in the general public for this kind of data but that usable presentation forms have not been forthcoming.

RIVM to their credit does publish most of their data online, but definitely not in the most accessible formats nor in ways that enable normal people to audit their living environment.

Principles

The sites we built are very advanced prototypes which are completely functional and even highly scalable. During building we followed some principles which may be interesting to touch upon here.

Friendly design

Both sites have a pleasant and friendly design created by Buro Pony. This is important because people are more inclined to use sites that look nice and experience those sites as being more user friendly.

A nice design needs to be accompanied by clear and simple writing without jargon that connects with the way people think about the stuff you’re describing.

Most websites can be improved massively by just implementing these two points.

Playing well with others

Both websites also connect with a bunch of other sites that improve upon the concept. They’ve been built on Google App Engine a system which is easy to develop for and which is readily scalable. Maps are retrieved from Google Maps, graphs are provided by Google Charts and sensor data is pushed to Pachube and Twitter.

The experience on the main site is just a part of the whole. The data needs to be accessible from and easily pushable to where it’s needed most.

On the Hack the Government event somebody said something along these lines: ‘systems integration is difficult and complicated and if you’re good at it, you can make a lot of money with it’. This is a well known Enterprise IT mantra but if there’s one thing that the abundances of mashups proves, it’s that integrating systems on the open web is everything but complex.

On the open web we have usable and developer friendly API standards with tooling, besides that we have proper standards for identity and authentication.

If you don’t dig yourself into a hole, it really doesn’t have to be that difficult. And none of this is exactly new, this technology has been around for ages and it just builds on the strengths of the internet.

Standards based

Both sites are completely standards based. As an experiment I wrote both in a conservative form of HTML5 (and validated that) partly out of curiosity to see how it would turn out and partly because I think that our current Dutch industry standard XHTML is a dead end.

Added to that I have sprinkled in some microformats in places where it was obvious to do so (e.g. school addresses). The notion that it takes significant extra time to add microformats to a project is absurd and these days the advantages of adding them keep piling up.

Yes, it takes some effort to learn to use standards and microformats properly, but once learned I think it actually takes more effort not to use them.

Quickly

Finally, both sites have been built in a couple of days over the course of about a week and a half. We wanted to show that when we’re talking about a quick project, it really can be quick and that building a non-trivial usable beautiful website does not need to cost a lot of time or money.

All of this can be improved. Let’s get at it.

Overheidsgegevens opener en vriendelijker

Ik ben pas bezig geweest met verschillende overheidsinitiatieven om overheidsgegevens makkelijker toegankelijk te maken en te laten zien wat er mogelijk is als die gegevens toegankelijk zijn. Het idee is dat als de gegevens van de overheid open zijn, ontwikkelaars en andere partijen die kunnen hergebruiken en dingen kunnen maken waar andere mensen behoefte aan hebben. En dat zou weleens handig kunnen zijn.

Hack de Overheid
foto door Anne Helmond

Pas was er al het widget-project wat een initiatief was gedacht vanuit het aanbod: ‘Wat hebben we waar we iets van kunnen maken?’

Parallel daaraan liep Ton en James hun project over aanbevelingen voor de publieke sector wat betreft het vrijgeven van data. Als onderdeel van dat project heb ik meegeholpen met een inventarisatie van de al online beschikbare gegevensbronnen in Nederland en kijken welke gegevens we op een interessante manier zouden kunnen heraanbieden.

Dat viel nog redelijk tegen. Er zijn online wel veel gegevens beschikbaar maar meestal zitten ze in relatief ontoegankelijke formaten en zonder veel uitleg erbij wat het is en wat je ermee kunt. Uiteindelijk hebben we twee diensten gerealiseerd Schoolvinder en Vervuilingsalarm.

Schoolvinder

Zoals op de over-pagina van Schoolvinder al staat hebben we de gegevens die bij het CFI al geregistreerd staan over scholen versimpeld aangeboden met een simpel zoekscherm wat aan zal sluiten bij de ideeën van de gemiddelde ouder.

Daarnaast doen we een poging om voor elke school in Nederland een canonieke URL —een basisbehoefte op het internet— te definieren waar je naar kunt refereren en waar je dingen bovenop kunt bouwen.

Dit is een probleem wat we bij de overheid vaker tegenkomen, dat webpagina’s slecht samenwerken maar ook dat ze niet mooi zijn en vaak omkomen in jargon. Later hebben we van mensen van MinOCW begrepen dat de CFI gegevens niet voor het bredere publiek bedoeld zijn en dat schoolgegevens ook op andere plaatsen (en dan vaak ook op andere aggregatieniveau’s) bijgehouden worden.

Dat is misschien onhandig maar waarschijnlijk verklaarbaar waarom de gegevens dubbel bijgehouden worden maar dat de site voor werknemers bedoeld is doet er niks aan af dat hij moeilijk bruikbaar is. De herbruikbaarheid is redelijk ok —we hebben immers onze dienst er bovenop kunnen bouwen— maar het kan zeker veel beter.

En we hadden graag ook elke school gekoppeld met de database Onderwijs in Cijfers maar dat viel niet te realiseren omdat die webpagina’s (onnodig) ver weg zijn weggestopt in een complexe ASP.NET omgeving.

Vervuilingsalarm

Bij Vervuilingsalarm hebben we de gegevens uit een webpagina van het RIVM geplukt. We denken dat de interesse voor dit soort gegevens uit de omgeving bij het publiek potentieel groot is maar dat het tot nu toe te weinig op een gebruiksvriendelijke manier wordt weergegeven.

Bij het RIVM staan wel veel bestanden online maar ik kan niet zeggen dat ze in de meest toegankelijke formaten beschikbaar zijn of dat ze gewone mensen in staat stellen hun leefomgeving door te lichten.

Principes

De sites die we gemaakt hebben zijn vergevorderde prototypes die compleet bruikbaar en schaalbaar zijn. Bij het bouwen hebben we een paar principes gehanteerd die misschien interessant zijn om aan te stippen.

Vriendelijk ontwerp

De sites hebben een mooi en vriendelijk ontwerp gemaakt door Buro Pony. Dit is belangrijk omdat mensen een site die er mooi uitziet liever gebruiken en ervaren als gebruiksvriendelijker.

Bij dat mooi ontwerp hoort ook kopij met simpel en helder taalgebruik zonder jargon, die aansluit bij de belevingswereld van mensen.

De meeste websites kun je met deze twee verbeteringen al gigantisch vooruit helpen.

Integratie met anderen

Beide websites integreren zonder al teveel problemen met een serie andere sites die het concept versterken. Het is gebouwd op Google App Engine een systeem wat bijzonder schaalbaar en betrouwbaar is en zonder veel problemen worden kaarten opgehaald van Google Maps, grafieken van Google Charts en sensorgegevens worden doorgestuurd naar Pachube

Op het Hack de Overheid event zei iemand dat ‘het integreren van systemen moeilijk en complex is en dat als je dat goed kunt je er veel geld mee kunt verdienen’. Dit is een bekende algemene wijsheid in de enterprise IT maar als er één ding is wat de mashups die online normaal zijn bewijzen, is het dat integratie op het open web alles behalve moeilijk is.

Er zijn bruikbare API-standaarden met tooling, daarnaast zijn er goede standaarden voor identiteit en authenticatie en als je het jezelf niet te ingewikkeld maakt hoeft het echt niet moeilijk te zijn. En dit is niet nieuw ofzo, deze technologie bestaat al lang en bouwt gewoon door op wat het internet al goed doet.

Standaarden gebaseerd

De sites die we gebouwd zijn zijn compleet op standaarden gebaseerd. Ik heb de pagina’s als experiment geschreven in HTML5 (en gevalideerd) deels uit interesse en deels omdat ik van mening ben dat het nu gangbare XHTML een dood spoor is.

Verder heb ik waar ik het gepast vond ook gegevens (bijvoorbeeld de contactgegevens van de scholen) met microformats geannoteerd. Het idee dat microformats toevoegen aan een project significante extra tijd kost is wat mij betreft achterhaald en tegenwoordig is er een hard reëel voordeel aan te voeren.

Het kost even moeite om jezelf aan te leren om standaarden en microformats te gebruiken, maar als je het kunt is het bijna meer moeite om het niet te doen.

Snel

Verder heb ik beide sites gebouwd in een tijdspanne van een paar dagen. Waarmee we wilden aangeven dat een snel project ook echt snel kan en dat het maken van een gebruiksvriendelijke niet-triviale site niet veel tijd en geld hoeft te kosten.

Het kan allemaal wél beter. Laten we het dus gaan doen.

I come not to save Flash

Adobe’s CEO said that Flash is safe from HTLM5. Just the fact that Adobe made a board level comment on this is telling enough, the answer itself is somewhat lacking.

It’s nice that they’re optimistic for improvements in HTML. Seeing what disasters both the XHTML and in a somewhat lesser extent SVG tracks of the W3C standardization process have been, we could definitely use them. They should admit though, that a full fledged HTML5 with rich CSS3+ is the death knell for Flash.

The more sites we see like the Holland Festival one the more it means that clients are choosing for an open and more semantic website with gradual improvements in JavaScript and CSS. It may take ten years, but we may see the first signs of a shift in this industry.

No mobile?

He’s right to say that it’s difficult to deliver a consistent HTML5 experience across browsers on the desktop. The fact that he conveniently ignores mobile browsers is more than a bit misleading.

Mobile internet usage is exploding and most of that usage is centered around Webkit based browsers. Mobile webkit is also pretty rapidly incorporating HTML5 features and things like CSS transitions. This gives developers who want to make a great mobile site for a big and important part of their audience a single very compelling target to develop for.

Like Gruber said, one of the most noteworthy non-announcements for iPhone 3.0 was no Flash. Who really needs it anyway on the iPhone? And why would Apple let somebody else in on their platform?

Is Flash dead? No. Is there for the first time a clear path forward to a world without Flash? Yes, finally!

The City Is Here For You To Get Fined By

For any international readers, as the Dutch are probably already very much aware of our totalitarian parking policies.

The headline for the piece accompanying this video reads: “Odds of getting fined doubled” in Dutch.

The video is in Dutch but you should still be able to make out a very interesting and frankly somewhat scary urban systems play.

There is a Google Streetview like car which drives through Amsterdam. It has 3 cameras on either side to be able to scan the three predominant parking patterns (queue, fish and orthogonal). The cameras OCR the license plates of all parked cars and check them with a database.

Another necessary ingredient is a new class of parking ticket machines where you need to punch in your license plate before you get your ticket. The machines are pretty poorly designed, causing a lot of user frustration but they are an essential part of the system. These ticket machines are connected and they push your license plate and the time you have bought to a central server.

So if the scanning car finds a license plate which a ticket machine has not designated as having bought a ticket, a third party is dispatched on scooter to check if there is in fact no valid parking ticket lying under the windshield. If there isn’t, he writes a fine.

Changes

The system dramatically increases the odds of you getting fined compared to the previous system where parking inspectors would walk the street samplewise. This approaches a total and real time assessment and billing of urban space.

The fact that the scanner does not need to get out of the car is interesting from a division of labor point of view. The person actually fining the car gets an SMS and then does a tactical strike with the urban rapid entry vehicle of choice. This minimizes the contact surface with the parking inspectors reducing both potential aggression and being able to see parking inspectors coming (and making a mad dash to the ticket machine).

When Google’s car scans the street all kind of privacy concerns are paraded even though the end result benefits and harms the entire public equally. Nobody even realizes yet what the consequences of this approach will be until we get to feel and see it more directly. It is difficult to ‘feel’ a higher accuracy of parking inspection except that people who normally would hardly ever get a fine, will get them now.

I’m also interested in people’s reaction to changing a leaky implementation of a system of regulations with its faults and errors but a human scale to a totalitarian implementation such as this one which covers enough as to be nearly foolproof. Protest? Quiet resignation? We will see.

And for all you militant free parking advocates out there, put this on your reading list: The High Cost of Free Parking