Transparantie in ICT-aanbestedingen

Ik ben meer dan een beetje benieuwd hoe het aanbestedingstraject van grote ICT-projecten bij de overheid verloopt. De uitkomsten zijn zo raar en uiteenlopend dat ik me afvraag of er een eenduidig model achter steekt. En als er dan niks onoorbaars gebeurt tijdens zo’n traject, waarom zou ik er dan niet bij mogen zitten? Ik ben best bereid een NDA te tekenen.

Maar dan iets anders om dat uiteenlopende van die websites te verminderen, stel ik voor:

Voor elke site die gebouwd wordt met overheidsgeld en in het bijzonder de rijksoverheid, lokale overheden en zeker ook alle semi-overheden, een footer met daarin:

  • De kosten voor oplevering
  • De kosten voor operatie en onderhoud
  • Naam van de bouwer(s)
  • Facultatief: een link naar een blogpost van de opdrachtgever of de bouwer waarin de kosten worden verantwoord

Hierbij een keurmerk/manifest waarin deze regels worden uitgelegd zodat ook commerciële sites het kunnen adopteren. Vertel me niet dat dat de online wereld in Nederland niet zou verbeteren.

De stad is er voor iedereen

Mensen die me kennen weten dat ik er nogal heftige meningen over de stad op na houdt. Veel is goed, maar veel kan ook beter en ik zou die verbeteringen graag zien en eraan bijdragen.

Zo twitterde ik wat met Sebastiaan Capel, stadsdeelraadlid voor D66 in Amsterdam die in zijn twitterprofiel Jane Jacobs heeft staan. Dat is een goed begin, maar waar blijven dan de verbeteringen in de stad? Zeker aangezien een eerder onderzoek liet zien dat D66 één van de auto-vriendelijkste partijen in Amsterdam is.

Dus kwamen we bij elkaar voor één van Sebastiaans stadsgesprekken, waarvan het verslag nu op zijn site staat:

Het is een leefbare stad, het is hier prettig toeven, maar ik merk wel dat er heel weinig gebeurt, juist omdat iedereen het wel OK vindt. Ik vind dat je breder moet kijken, maar het overgrote deel wil dat niet, die zijn tevreden zoals het is. (“Stadsgesprek #4 Alper Cugun over 24-uurs economie en vertrutting”)

Een en ander behoeft misschien nog toelichting maar het was vroeg en we gingen hard, dus ik ben heel blij dat dit eruit is voortgekomen. De uitspraak over de 24 hour diner is trouwens van Ben Hammersley, maar hij vindt het vast niet erg dat ik hem geleend heb (voor een goed doel).

D66 lijkt op het moment de vriendelijkste partij voor “De Stad”. Nu kijken wat er verandert.

Een grijs-bruin vaderland

Ik schreef een tijdje geleden al bij mijn foto over de Linkse Hobby:

Zonder linkse hobby’s krijgen we een grijs-bruin land van spruitjeslucht en vlagparades. (Flickr)

En dat is bewaarheid.

Maar gelukkig hebben we onze Dichter des Vaderlands, scherpzinnig en met dichterlijke vrijheid als wapen. Na het manifest van Terschelling, is het fijn dat Nasr er op en er overheen gaat met het gedicht ‘Mijn nieuwe vaderland’:

Hele tekst bij P&W en op de site van de Dichter des Vaderlands.

Wordt het niet tijd voor een rhetorische wapenschouw van iedereen die zich verstandig progressief noemt en openlijke vijandigheid in het publieke debat? Dit gaat allemaal nog een stuk lelijker en naarder worden voordat het beter wordt, dus laten we in het geweer komen.

In ander nieuws: Het was nog nooit zo fijn om alternatieven te hebben: “Turkije vindt dat Rutte discrimineert”.

1 Dag — 1000 Donateurs

Vandaag voert Bits of Freedom de actie om in één dag 1000 donateurs binnen te halen: https://www.bof.nl/1dag1000donateurs/

Bits of Freedom is de burgerrechten organisatie voor het internet die ervoor zorgt dat we allemaal kunnen internet zoals we dat willen zonder beperkingen en verboden opgelegd door machtswellustige politici of op geld azende bedrijven, dat we in niet teveel databases worden gestopt —die dan toch weer uitlekken— en dat de dingen waarvan je wilt dat ze privé zijn dat ook blijven in de toekomst.

Alles wordt digitaal maar vaak is daardoor niet direct duidelijk waar de controle ligt en wie de macht heeft. We kunnen Bits of Freedom als waakhond dan ook goed gebruiken.

Dus ga naar Bits of Freedom en doneer!

Lidmaatschappen in de tijd van de Netwerkrevolutie

Voor sommige e-mails zou het handig zijn als ik een publiek e-mail account had (of een weblog dat ook e-mails kon versturen en ontvangen). Hier een bericht naar aanleiding van een e-mail naar D66 over het opzeggen van mijn lidmaatschap.

Meestal word ik om de een of andere reden lid van dit soort organisaties en vergeet ik het. Dan word ik eraan herinnerd als ze het willen verlengen en dan vraag ik me af: ‘What have you done for me lately?’

D66 is niet de enige waar dit gebeurt. Ik heb hetzelfde met bijvoorbeeld SigCHI en met Entrée. Cineville is eigenlijk het enige lidmaatschap dat ik heb dat nog steeds relevant is.

In ieder geval, was ik me bij D66 aan het beraden of ik wel verder wilde en wat ik of zij dan zouden moeten doen om het de moeite waard te maken, toen zij in de tussentijd stilzwijgend mijn lidmaatschap verlengden. Die post negeerde ik uiteraard ook terwijl ik een keuze probeerde te maken (paradox of choice) toen ik een brief kreeg met iets van ‘incasso’ erin.

Toen betaalde ik mijn contributie wél en stuurde een e-mailtje dat ik niet wilde dat mijn lidmaatschap stilzwijgend verlengd werd. Tip: altijd als je ergens een lidmaatschap afsluit, het meteen ook weer opzeggen. Het later opnieuw afsluiten is vaak makkelijker dan het later opzeggen en vaak krijg je als nieuw lid dan ook weer een bonus.

Op de vraag waarom ik dan geen lid meer wilde zijn, schreef ik het volgende:

Hallo,

De verschuldigde contributie zou ondertussen overgemaakt moeten zijn.

Ik wil niet zozeer mijn lidmaatschap opzeggen, maar ik heb er bezwaar tegen dat deze stilzwijgend verlengd wordt. Zeker als ik me aan het beraden ben of ik een verlenging van het lidmaatschap de moeite waard vind en ik vervolgens gedreigd wordt met incasso-acties.

Op die manier hoeft het van mij niet en hoe meer ik erover nadenk hoe meer ik ervan overtuigd raak dat lidmaatschap van een politieke partij een archaïsch instituut is.

– Alper

Ik begrijp wel dat een klassieke ledenadministratie op die manier moet werken omdat anders niemand de contributie (op tijd) betaalt. Waar ik het niet meer mee eens ben is het idee van zo’n klassiek ledenadministratie.

Praktisch gesproken is nu mijn toegang en invloed op partij onverminderd (argumenten en vragen via Twitter), krijg ik minder dode bomen opgestuurd, kan ik nog steeds langsgaan op bijeenkomsten (misschien dan niet als lid, maar als toehoorder) en als ik een keer wil stemmen kan ik vast ter plekke lid worden en mijn contributie overmaken via mijn iPhone.

Op een wat principiëler vlak is je invloed in het publieke debat en je ideologische flexibiliteit misschien zelfs groter als je niet lid bent van een politieke partij. Ik vind D66 goed, ik heb een zwak voor Femke Halsema, en bij de PvdA lopen hier en daar ook wat mensen van kwaliteit rond. Waar moet ik dan lid worden?

Aanbevelingen voor politieke partijen

  1. Stuur nieuwe leden geen berg papier op. Ik ken meer mensen die daarop zijn afgeknapt. Het is onpersoonlijk, niet relevant en vaak ook niet heel erg boeiend. Het is verleidelijk en je hebt het toch liggen, maar het is een zwaktebod. Niet doen.
  2. Maak je relevantie persoonlijker en kleiner van schaal, koppel geld dat je nodig hebt aan die relevantie in plaats van één keer per jaar een lump sum te vragen waarvan het niet duidelijk is waarvoor dat dan is en wat ermee gebeurt.

Moet je daarvoor je complete communicatie- en engagements-strategie veranderen? Ik denk het wel.

Eben Moglen — “Will the net empower the center or the ends?”

Bits of Freedom did a terrific job hosting a salon with Eben Moglen this afternoon at The Hub. As Mr. Moglen did, I am going to take the liberty of assuming you already know who he is and I’m going to proceed to write a biased view of the afternoon.

I love Bits of Freedom in its current incarnation to death —all its members are trerific people too— and I support their causes though I’m often vocally critical of certain approaches, ideas and dogmas of the privacy movement.

Everything taken into account though, BoF are our own stalwart bastion in the fight for digital freedom so I suggest you support them.

Anyway, to get going:

Many of the points raised today with regards to control, power and its properties, the interregnum moment we find ourselves in, xenofobia, databases, anonymity are highly pertinent to the current global political environment. Mr. Moglen is a gifted speaker with a broad legal and historical perspective which is awesome.

There are a bunch of issues that I find pertinent that seem not to be touched upon within the current movement and this piece is one way of getting them out into the open and out into the Google.

I managed to get one question in that got misinterpreted and had a lively debate afterwards with Mr. Moglen about the cultural cleft between designers and hackers.

Sticking in the mud

What is often a risk with the hacker/counter-cultural attitude to technology is that any protest you have against the current state of things can be interpreted as a plea to abolish said technology and go back to the prior state.

Mr. Moglen had some part in this with his plea against digital payment methods and contactless transit payment (de OV-chipkaart).

I know he wasn’t for abolishing these things, but the more extreme outliers in the privacy movement either want to or they want to cripple these systems with freedom to such an extent that they become unusable or their utility becomes compromised. Sometimes these point of views are porpagated with such a disconnect to the larger part of society that it borders on Luddism. I think that is a real risk.

What the privacy movement needs to do is to speak out clearly for the benefits of these technologies. I clearly see the value of the OV-chipkaart and any plea for rolling back the system back to the strippenkaart is ludicrous on a variety of levels. Even if the OV-chipkaart is as Mr. Moglen stated: a policeman in every tram.

The benefits and the need for technological and service innovation in society are clear and that is not where this battle should be fought.

The challenge should be: how to create these systems and in the meantime also safeguard our privacy and freedom. What legislation needs to be carried through in mandates and audits in such a way as to not compromise or hamstring the design and yield usable, pleasant and secure systems. That is a big challenge, but it is the only one.

User Experience

The track record of the free software movement when it comes to usability and consumer appeal over the past decades has not been stellar. In netbooks and other devices adoption is increasing but the frontier has been moved on to mobile devices and on to closed (but tempting) app platforms.

Mr. Moglen talked about the freedom box which is going to be a plug which you can put in your complete personal computing surface which will store your media and backups, intermediate your necessary services, talk to your cell phone and federate with suitable social services. This is the vision.

From an experience point of view this is going to be a hell of a nut to crack. We already have best of breed applications that serve most of these ends. These are already crystallized, have tremendously talented people working for them and have massive network effects. Building functional parity services is going to take a lot of time, these are probably not going to be as interesting, usable or seductive as their proprietary counterparts and in the meantime those will have moved the goalposts.

There may be a large opportunity for such a device in the developing world and free culture innovation out of China or Brazil could help improve such a thing massively, but I wouldn’t hold my breath.

The broader problem is that both designers are not very keen to work on open source projects (though that is changing) and that open source projects are not very keen on design input. Yes, anybody can fork a project and build something ‘better’, but the division of effort is not useful while the division of labour within a project: programmer program, designer design, would be more welcome.

My discussion with Mr. Moglen served as a reminder how immense this cultural divide is and frankly I don’t think it is bridgeable in any traditional way. It gets mired in assumptions on technology use, problems that need solving and a misunderstanding of what people (users) actually want and value in software.

So in short: freedom without usability does not amount to much. I consider myself rather well versed in these issues but I use Apple products and Facebook. If all the knowledge within the movement cannot deter me, then 1. imagine the general public and 2. realize that it is not an education problem we are dealing with.

Public Space

So the free personal webserver is a great vision and a lofty goal, but mind that the goalposts are being moved once again and that before that project is done society may have changed under our feet.

I asked a question about this but that seemed to be so far from out field that it got misunderstood and turned into something about wireless net neutrality.

The issue is this: We have a rich set of rules and affordances governing access to and rights in public space and the built environment. With the wiring and  virtualization of public space, how can we proactively codify similar rules for these new situations to create generally good outcomes?

What I meant by the wiring of public space is the fact that every object from lanterns and traffic lights to every brick and tile can and will have an internet connection (think Everyware). Construction companies and IBM are pitching this stuff on greenfield cities and systems already. We in the old world are somewhat insulated from these developments due to sheer inertia, though we already have near perfect parking camera surveillance.

The virtualization of public space is nearing with the linking of real life and online be it conceptually or in full blown AR. Object and facial recognition, real-time image processing and filtering and differentation/personalization are going to have large scale effects. Imagine coupling this with ad supported carrier provided AR displays and things get really hairy really quickly.

I think this is going to have large scale repercussions and it would be good if the privacy movement had its eye on this ball as well (yes, there are many balls), however nascent it might seem at this moment.

Update: This discussion is exactly one touched upon by Zittrain in his “The Future of the Internet and How to Stop It”:

But people do not buy PCs as insurance policies against appliances that limit their freedoms, even though PCs serve exactly this vital function. People buy them to perform certain tasks at the moment of acquisition. (Chapter 3)

Brief tegen censuur

Ik ben mede-ondertekenaar van een brief van Bits of Freedom tegen verregaande bevoegdheden van de overheid voor institutionele internet-censuur. Het kunnen killen van websites zonder tussenkomst van een rechter is een bizar gegeven.

Er loopt een internetconsultatie, dus je kunt de punten in de brief overnemen en zelf ook voorleggen aan de minister. Dit is een kwalijke zaak en het is erg dat het zover is gekomen.

Uruzgan in the Netherlands

Today marks the end of the Dutch presence in Afghanistan and here’s a small data oriented tribute to those that have fallen in service. Inspired by the Home and Away visualization by Stamen, I decided to see if something similar for our Task Force Uruzgan would provide any insight.

There are massive differences fortunately between the American and the Dutch situation in count and dispersion of casualties. We have 24 fallen during the four years the mission was there and I think all of them are in Afghanistan’s Uruzgan province. I say ‘think’ because our department of defense is much more conservative in releasing exact data.

I was still curious if there was a pattern to the origins of the soldiers that have fallen in Afghanistan on a democratic mandate on behalf of us all, so I googled their names and tried as best I could to deduce their home towns. The result is the following list and map:
Uruzgan in Nederland

The only trend that is noticeable is that these soldiers are overwhelmingly not from the Randstad area. The other takeaway is doing the research for the map which was a pretty intense experience. Reading the stories behind what has happened and people’s reactions. So if anything, I think any representation that breaks up the total count of 24 into separate individuals is a good thing and I hope you take this map as that.

Hangjongeren

Jelle Brandt Corstius nailt het:

Ik had een Russische vriendin op bezoek, en we waren beland in een visrestaurant in een pittoresk Noord-Hollands kustplaatsje waar ik vaak kom. Nouja, pittoresk, op het centrale plein van het kustplaatsje komen regelmatig hangjongeren samen die bier zuipen en heel hard Heil Hitler! roepen. Maar het zijn geen Marokkanen, dus ze kunnen kun gang gaan. Ik ben helemaal voor het harder aanpakken van hangjongeren, maar dan wel alle hangjongeren. Maar dat terzijde. (Mighty Moscow)

Ga in de zomer maar ‘ns kijken in Harderwijk of Sneek of nog verder weg. Als je er wat van zegt wordt je in elkaar getrapt.

Het is natuurlijk een absurde gedachte dat de politie alle overlast veroorzakende hangjongeren uit de sociaal-economische onderklasse aan zou pakken. Daar is met geen mogelijkheid voldoende capaciteit voor.

Online campagnes — Canvassen voor de PvdA

Ik heb hier al geschreven over datavisualisatie in campagnes in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. De campagnes hier lijken te klein, te kort en te weinig budget hebben om serieus mee te spelen met de grote jongens maar verschillende partijen doen toch hier en daar hun best.

Maurits Martijn schreef pas in VN een stuk “Heeft online campagnevoeren zin?” over de online campagnes met een redelijk pessimistisch beeld.

‘Er lagen geen plannen klaar. De partijen zijn webmensen gaan inhuren, terwijl die er al een jaar hadden moeten werken. En dat terwijl ze zoveel tijd hebben gehad. Een strategische blunder.’ (VN)

Die hadden er al een jaar moeten werken? Hoe lang hebben we dat internet nu al?

De campagnes zijn inderdaad te kort om met een concept te ‘knallen’ zoals het gebruikelijk is in de marketingwereld. Het artikel van Maurits is een momentopname twee weken voor de verkiezingen. De GroenLinks Toekomst Facebook Applicatie (de eerste politieke facebook app in Nederland!) werd daarna pas gelanceerd net zoals de Google Map voor de PvdA-campagne.

Nu heb ik een hekel aan campagnes. Campagnes hebben een begin en een einde. Ik denk niet dat een einde goed is voor je online engagement. De campagne-vorm is ook hoe de meeste websites nog steeds gebouwd worden: men verzint iets, zet het veel te laat uit, heeft heel veel stress tot de lancering en daarna kijkt niemand er nog naar om. Niet goed.

Politieke partijen hebben wel een woord voor het alternatief: ‘de permanente campagne’ maar vaak ontbreekt de visie welke sites ze waar moeten inzetten om duurzaam meer diepte en gelding te geven aan hun politieke verhaal. Tijdens een campagne kun je je online presence aanzetten en richten op de verkiezingen maar functioneel blijft het hetzelfde.

Zin?

Heeft de online campagne überhaupt zin? Dat is een vraag waar Ernst-Jan zich mee bezig houdt op zijn netwerkrevolutie blog. Ik neig ernaar om te zeggen dat internet de kosten van samenwerken verlaagt, maar dat we daarin in Nederland een remmende voorsprong hebben. De kosten om dingen te doen zijn hier al heel laag en de meeste dingen zijn al goed geregeld. Daarnaast zijn de meeste mensen die iets kunnen betekenen redelijk inert en hedonistisch ingesteld waardoor ze niet door een Facebook-groep in beweging komen. Online zie ik hier vooral als vastlegging van/rimpeling op het oppervlak van een echte onderliggende beweging.

Iets wat partijen wel kunnen doen en wat op de lange termijn zin lijkt te hebben is een voorstel van Greenfield aan de hand van zijn stuk over de community organization van Harvey Milk in het Castro. Partijen moeten elke interactie, elk contact met potentiële stemmers (=iedereen) vastleggen. Die potentiële stemmers kunnen ze dan langzamerhand meer en meer informeren en betrekken.

Dit moet niet alleen tijdens de campagne gebeuren. De rest van het jaar zijn er nog genoeg interessante acties, evenementen en issues waar je als partij positie op in kunt nemen en mensen aan je kunt binden. Wat is nu geloofwaardiger, een partij die je alleen tijdens campagne-tijd weet te vinden (zie Dijkshoorns laatste) als zij je nodig hebben of een partij die altijd ‘weet’ wat er speelt en jou meeneemt en op de hoogte houdt?

PvdA Canvasacties

Ik noemde het project voor de PvdA al van Monster Swell. Aan het ‘begin’ van de campagne kregen we de kans om een concept te verzinnen rondom de canvasdata van de PvdA. De PvdA vroeg tijdens de campagnes voor de gemeenteraadsverkiezingen aan mensen in de wijken wat ze goed en slecht vonden en wat er beter zou kunnen. Deze enquêtes werden vastgelegd om inzicht te geven in wat er leeft in een wijk.

Dit is voor je lokale beleidsvorming al heel interessant, maar de volgende stappen zijn: laten zien aan mensen dat je naar ze luistert, de problemen vaststellen, oplossingen formuleren en laten zien dat wat je doet effect heeft (toch het beste platform voor je herverkiezing). Veel kwesties zijn tegenstrijdig, mensen zijn vaak blij met hun rustige leefomgeving maar vinden het winkelaanbod dan erg beperkt of de bereikbaarheid slecht. Al deze dilemma’s moet je samenbrengen, onderhandelen en een ‘beste’ oplossing doorvoeren.

Politiek is eigenlijk niets anders dan een ontwerp-probleem voor de samenleving.

De uitdaging was om op basis van onregelmatig binnenkomende gegevens een coherent geheel te maken dat de toestand van het land lokaal samenvat en inzicht geeft aan de mensen die de enquêtes ingevuld hebben. We bedachten toen een interactieve infographic zoals je ze vaak in de krant ziet maar nu doorklikbaar en zoombaar voor meer detailweergave. Dit alles uiteraard in een hectische periode met campagnebudgettering voor tijd en geld.

Het resultaat is: Mijn Buurt: Dit is Nederland

pvdacanvas

pvdacanvas2

Een aardige eerste stap waarin je per stad kun zien wat de gecombineerde uitkomsten zijn van de enquêtes en op postcode kunt zoomen naar wat mensen bij jou in de buurt vinden (zo die hem hebben ingevuld, zo niet dan mag je hem direct zelf invullen). De volgende stap is om dit beter en structureler aan te pakken zodat het een lokaal platform wordt voor de verschillende afdelingen.

In ieder geval zijn dit natuurlijk prachtgegevens om mee te werken omdat er echte verhalen van mensen in staan. Het geeft ook een interessant beeld van Nederland dat vooringenomen ideeën bevestigt (in Den Haag en Overvecht ervaren mensen veiligheid als het grootste probleem) en soms ontkracht. Over het algemeen kun je zien dat mensen tevreden zijn, dat ze kleine problemen hebben en dat ze vinden dat het Goed gaat met Nederland. Dat is ook wel weer eens fijn om bij stil te staan.