Man, ik zit de laatste tijd me helemaal suf te kicken op Spaans(talig)e films. Kijken, zoeken en herkijken. Met als hoogtepunt vandaag Mar Adentro van Amenábar (komt hier eind deze maand uit).
Mar Adentro is echt een onwijs heftige film een keertje niet over iemand die terminaal is maar over iemand die een kutleven heeft en daarom niet verder wil. Dit is niet echt moeilijker aan te voelen maar het verlegt de morele vraag binnen het bereik van religieus conservatieven en ander vrijheids-vijandig gespuis.
De hele film is mooi gemaakt en wordt fantastisch geacteerd (vooral de rol van Ramón Sampedro).
Zijn lijden is moeilijk. Hij kan nog best veel; kijken, denken, schrijven maar die dingen die hij niet meer kan —de ontbrekende rest— breekt hem op. Hoe gelukkig hij tijdens de film ook lijkt, het is een schim van leven.
Moeilijk ook voor zijn familie die 28 jaar lang hun leven opzij hebben gezet om voor hem te zorgen. Die zijn wens maar gedeeltelijk kunnen accepteren. Zij krijgen in feite te horen: ‘Bedankt, het was leuk geprobeerd maar toch niet de moeite waard.’
Ik vind filmhuis-films veel leuker dan grote blockbusters en in dat segment is het speelveld gelijk genoeg dat ook niet-Engelstalige films een kans krijgen. Om maar wat te noemen: ik vind Duitse en Japanses films best leuk; Franse en Afghaanse meestal wat minder. Maar ik word nergens gelukkiger van dan van Spaanstalige films.
Of daar nou zoveel betere films gemaakt worden? (Ik denk het wel.)
Of de omgeving en de mensen daar zoveel leuker zijn en veel intenser met elkaar omgaan? (Ik ben nog nooit in Spanje of Zuid-Amerika geweest.)
Of omdat de taal zoveel lekker bekt? (Ik weet het niet.)
Ik heb pas dus de nieuwe Almodóvar en de nieuwe Amenábar gezien. En ik moet nog: Diarios de Motocicleta, 21 Grams, Y tu mamá también, Cidade de Deus, the Others, Hable con Ella (herkijken), nog een berg ouder spul van Almodóvar en daarna andere Spaanse klassieken.
