Onder andere naar aanleiding van “Nederland tegen ‘triviale’ softwarepatenten” (Nu.nl).
Vrijdag had ik het met mijn collega’s over het softwarepatenten debat dat ik heb gezien tijdens HOSC. Ik kwam er vandaan met een beetje een onbevredigd gevoel.
Volgens mijn collega’s zijn softwarepatenten een slecht plan omdat je het ‘resultaat patenteert’. Dit is een heel inhoudelijk en heel ingewikkeld bezwaar wat ik nog niet eens helemaal snap.
Dat is in de discussie een beetje het probleem. Er zijn hele sterke inhoudelijke bezwaren maar als je die niet uit kunt leggen aan normale mensen heb je er niks aan.
Ik kreeg de beschuldiging voor mijn kiezen dat ik ‘borrel-argumenten’ zou willen hebben. Dat is niet zo. Ik wil argumenten die het ook op een borrel goed zouden doen. Mensen moeten het kunnen snappen.
Ik kwam alternatief met drie tegenargumenten die gaan over uitsluiting. Uitsluiting is Slecht™.
Uitsluiting van kleine spelers door grote spelers
Ik heb weleens goede ideeën over software en softwaretoepassingen. Soms wel met een frequentie van een paar per uur. Bijna alles is patenteerbaar en dus ook mijn ideeën.
Ik kan die ideeën niet patenteren omdat ik het geld er niet voor heb. Een groot bedrijf kan precies diezelfde ideeën wel patenteren (en doet dat dan ook).
Dat is al compleet belachelijk. Het wordt nog erger.
Omdat er zoveel onzinnige patenten zijn, weet niemand welk patent het wel overleeft in de rechtbank en welke niet. Om je patent te kunnen verdedigen of handhaven heb je legers advocaten nodig. Ik kan die niet betalen, grote bedrijven wel.
Overheden zouden de zwakkeren moeten beschermen. Dat gebeurt hier helemaal niet. Zie ook: klassejustitie.
Uitsluiting van de toekomst door het verleden
De grote bedrijven van nu en andere rechthebbenden zijn het huidige verleden. Ze hebben voortbouwend op hun eigen verleden ooit wat verzonnen wat toen vernieuwend was.
Die verzinsels hebben ze gepatenteerd en op alle mogelijke manieren afgeschermd. Op deze manier hebben ze hun positie veilig gesteld en hoeven ze geen nieuwe dingen meer te verzinnen. Grote bedrijven innoveren niet of nauwelijks.
Dit maakt het voor nieuwkomers moeilijk om voet aan de grond te krijgen. Ze worden aangeklaagd of gekocht of op een andere manier onschadelijk gemaakt. Het verleden houdt zo de toekomst in een wurggreep.
Uitsluiting van de Derde Wereld door het Rijke Westen
De Derde Wereld kan het patentenspel niet meespelen. Ze doen weinig onderzoek en hebben weinig geld. Daardoor kunnen ze geen kennispositie opbouwen.
Dat ontbreken van die kennispositie gaat ze opbreken zodra ze wel op die markt beginnen te opereren. Wil je kennis gebruiken dan moet je er grof voor betalen aan landen die al rijk waren. Dat konden ze al niet of nauwelijks en dat zullen ze dan ook niet op kunnen brengen.
In een vrije wereld moet een arm land die kenniskloof in niet al te lange tijd kunnen dichten. Dat komt het Westen natuurlijk niet zo goed uit. Voilà: digitaal kolonialisme voor de 21e eeuw.
